Flessen-en-potten.jouwweb.nl
Home » goirle

goirle

Vanouds behoorde Goirle tot de heerlijkheid Tilburg en Goirle. Reeds in 1795 bestonden er plannen om beide plaatsen zelfstandig te maken. In 1803 gebeurde dit en werden Tilburg en Goirle zelfstandige gemeenten. Bij de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1997 zou Goirle aanvankelijk bij tilburg gevoegd worden. Na hevige protesten bleef Goirle echter zelfstandig en vond een uitbreiding plaats met de kern riel, die tot dan toe deel uitmaakte van de gemeente alphen en riel.


 

Een specialiteit van Goirle was de vervaardiging van kaatsballen. Deze werden vervaardigd van paardenhaar dat in lederen ballen werd gefrot. Deze ballen werden in de 16e eeuw in een groter gebied van Midden-Brabant vervaardigd, maar vanaf de 17e eeuw vooral in Goirle, van waar ze geëxporteerd werden naar de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden. Het ging hierbij om tienduizenden ballen per jaar. De familie Van Wijck leverde belangrijke producenten, en de families Van Dun, Van Besouw en Naaijkens waren in de 18e en 19e eeuw de handelaren. Omstreeks 1870 stopte de productie. Dit had twee redenen. Ten eerste beperkte de kaatssport zich geleidelijk tot Friesland, alwaar de plaatselijke schoenmakers zélf de productie ter hand namen. Bovendien kwam de textielindustrie op, en de lonen van de wevers waren -hoewel laag- nog beduidend hoger dan die van de ballenmakers.

BALLEFRUTTERS op zun GÔOLS

 

kaatsbal                                                                                   kaatsbal gereedschap


Textiel, met name grof linnen, werd geleidelijk aan belangrijker. In 1665 was 15% van de beroepsbevolking spinner of wever, in 1797 was dit al 31%. Na de economische malaise in de eerste decennia van de 19e eeuw kwam er verbetering doordat de Belgische Opstand in 1830 uitbrak. De ook in Goirle gelegerde soldaten brachten geld in omloop. Een aantal inwoners van Goirle verkregen aldus een kapitaal, met name zij die een winkel of herberg dreven. Deze werden tevens fabrikeurs: ze kochten linnengarens in, lieten dit door thuiswevers weven (huisnijverheid) en verkochten het linnen weer op de markt. De combinatie van fabrikeur en winkelhouder zou later nogal eens tot gedwongen winkelnering leiden. Het loon van de thuiswerkers werd namelijk nogal eens in bonnen uitbetaald die slechts in de betreffende winkel te verzilveren waren.

 

In 1843 werd de eerste blekerij voor linnen en pellen opgericht door Willem van Enschot. In 1847 volgde de firma P. & W. van de Lisdonk, bepaaldelijk ten doel hebbende het fabriceeren van linnen en pellen, tafelgoederen en andere daarmee gelijkstaande stoffen. Aldus nam ook de werkgelegenheid in de textiel toe. In 1857 waren er 275 mannen en 156 vrouwen en kinderen werkzaam, waarvan 380 als thuiswerker. Uit dit alles blijkt dat de eigenlijke fabrieken nog klein waren. Daarin kwam verandering toen de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865)uitbrak, waardoor de invoer van katoen stagneerde en de vraag naar linnen steeg. Aldus werd kapitaal vergaard waarvan de Goirlese fabrieken gebouwd werden. De belangrijkste was HaVeP, die opgericht werd in 1888 door E.J. van Puijenbroek. Deze fabriek bestaat nog steeds.

 

De textielindustrie kende een aantal moeilijke perioden, zoals de economische crisis van de jaren 30 van de 20e eeuw. De Goirlese Jutespinnerij ging dicht, en de werklozen kwamen in de werkverschaffing terecht en moesten ontginningsprojecten uitvoeren. Los daarvan was ook de positie van de textielarbeider weinig rooskleurig, door lage lonen en lage scholing. Na de Tweede Wereldoorlog verkozen velen dan ook een ander beroep, en voor hen in de plaats kwamen vaak Belgen. Niettemin waren er in 1960 nog 2157 mensen werkzaam in de grotere bedrijven (meer dan 10 werknemers).

 

 
 

De fabrikanten ondertussen hadden zich ontwikkeld tot een besloten groep die op stand leefde, weinig contact had met de rest van de bevolking, maar wél in allerlei bestuurlijke organen zitting had.

 
 

 

De jaren 60 van de 20e eeuw waren het voorspel voor de ondergang van de textielnijverheid. In 1967 sloot W. van Enschot & Zonen, één der oudste fabrieken, haar poorten. Deze werd gevolgd door N.V. Tilkamwol en N.V. Pijnenburg. Tilkamwol bestaat nog steeds als groothandel in herenkleding.

 

                           havep                                                              van besouw

 


 

   

thuisindustrie goirle  zakkennaaisters         thuisindustrie goirle  spoelster

een van de 150 thuiswevers uit goirle


 

           spinnerij de wijs                                             van besouw

 

De firma A. & A. de Wijs N.V. was een weverij die in 1964 reeds kunstvezels toepaste. In 1965 nam zij Weverij De Kempen over en in 1967 werd begonnen met het verven van tapijten. Daartoe werd in 1970 de N.V. Tapijtveredeling De Wijs opgericht. In 1973 was het personeelsbestand gegroeid tot 225 medewerkers. Samen met Arie Veen B.V. en Intertuft B.V. werd een werkmaatschappij gevormd. In 1975 ging de bestaande tapijtgarenspinnerij, onderdeel van de Forbo-groep,over in B.V. Spinnerij De Wijs. In 2007 werden de activiteiten van de spinnerij gestaakt en overgebracht naar Mefil te Maaseik. In 2009 werd het complex gesloopt.

 

 

Textielfabriek Van Besouw, sinds 1885 gevestigd aan de Kerkstraat, was samen met Van Puijenbroek aan de Bergstraat de belangrijkste textielfabriek in Goirle.

 


 

 

HTI  hollandse textiel industrie n.v. goirle

 

De H.T.I. (Hollandse Textiel Industrie) werd in 1917 opgericht door P. van Besouw. In 1970 kwam het bedrijf in handen van de Van de Kimmenadegroep. In 1976 werkten er nog 305 mensen, maar moest surseance van betaling worden aangevraagd. Na een korte bedrijfsbezetting werd meegedeeld dat niemand ontslagen zou worden. 155 mensen bleven werken bij het toen gevormde Goirle Textiel, maar dit bedrijf sloot reeds in 1977 haar poorten.

 


firma p.w. van de lisdonk en cie.

1847 volgde de firma P. & W. van de Lisdonk, bepaaldelijk ten doel hebbende het fabriceeren van linnen en pellen, tafelgoederen en andere daarmee gelijkstaande stoffen

  

De machinale weverij van dekdoek, zeildoek en filterdoek van de firma P.W. van de Lisdonk en Cie. De foto is gemaakt omstreeks 1915/1922, in ieder geval was Pierre van de Lisdonk directeur. linker foto

De linnenweverij P.W. van de Lisdonk en Cie had ook een ververij en prepareerinrichting voor doek en garens. Ook deze foto dateert van omstreeks 1915/1922. rechter foto

de van de lisdonkspie

 

Aankondiging van de oprichting van de linnenweverij P.W. van de Lisdonk en Cie door de broers Peter en Willibrordus van de Lisdonk. Het bedrijf is gelegen op een, waarschijnlijk door hun vader in 1818, aangekochte akker in Goirle, gelegen ten oosten van de spie Kloosterstraat  en de Tilburgseweg, waar tegenwoordig zich het winkelcentrum bevindt. Op het moment van oprichting was de Tilburgseweg nog niet aangelegd en de Kloosterstraat heette 'Kerkweg'. (14-04-1847)


willem van enschot

In 1843 werd de eerste blekerij voor linnen en pellen opgericht door Willem van Enschot


 

pijnenburg's weverijen jaren 60


tilkamwol

 

  • In 1937 werd de Tilkamwol in de gebouwen gevestigd van de voormalige Goirlese Jutespinnerij. Links op de foto is het goederenspoor naar Riel zichtbaar. Op 15 maart 1968 sloot de Tilkamwol haar poorten.

 


 

goirle nieuwe leij         en oude leij


de nieuwe leij (laaj) met stuw


hier gingen ze vroeger zwemmen en dokkelen


 

regte heide                                                                          


grafheuvel regte heide


 

gorp en roovert

 

Landgoed Gorp en Roovert is een uitgestrekt landgoed (1200 ha) met oude loof-, naald- en gemengde bossen, cultuurgronden, heide, vennen en over een lengte van vijf kilometer een nog volop meanderende Rovertse Leij met enkele afgesneden oude meanders. Het landgoed is in het bezit van de familie Van Puijenbroek en toegankelijk gemaakt voor het publiek.

 

Het landgoed Gorp en Roovert bevindt zich in het grensgebied tussen Goirle, Hilvarenbeek en Poppel en vormt in meer dan één opzicht een merkwaardige streek. Een grenspaal uit 1843 voor de brug is getooid met de Nederlandse Leeuw aan de ene, en de Belgische Leeuw aan de andere kant. Het bruggetje loopt over de van België komende Leij, een beek die hier nog in natuurlijke staat verkeert.

 

Het gebied bestaat uit oude loof-, naald- en gemengde bossen, heide en enkele vennen, waarvan Haneven, Biesbosch, Papschot en Bankven de belangrijkste zijn. Het Papschot wordt omringd door een vochtig heidegebied met klokjesgentiaan en witte snavelbies. Wulp en wintertaling broeden hier, terwijl groenpootruiter, zwarte ruiter, tureluur en oeverloper hier eveneens verblijven.

 

De bossen langs de Rovertse Leij zijn het meest interessant. Hier zijn vele broedvogels, zoals bosuil, zwarte specht en andere spechtensoorten, boomklever, goudvink, vuurgoudhaantje, kruisbek, wielewaal en fluiter.

 

Naast bos en natuurgebied bezit het landgoed ook landbouwgronden.

 


bankven